Vidicon
Een
vidicon is een elektronenbuis die lange tijd is gebruikt om televisiebeelden op
te nemen. Ze zijn klein en redelijk stevig met een grote gevoeligheid. Voor
televisie werden ze gebruikt om 25 beelden per seconde te maken (of nog preciezer:
50 halve beelden per seconde, om flikkeringen in het beeld te voorkomen).
In de ruimtevaart werden ze lange tijd gebruikt om foto's te maken. De vidicon
is een klein buisje, met doorgaans een diameter van 16 mm. Meestal werden daar
foto's op gemaakt van 800 lijnen maal 800 beeldpuntjes, pixels. In deze tijd van
digitale camera's met 10 of nog meer Megapixels steekt de vidicon maar
bescheiden af: 640.000 pixels, of 0,64 Megapixel... Dat is niet veel, maar daar
heeft men wel een oplossing voor gevonden, zoals we later zullen zien. De
vidicon kan ook alleen maar in zwart-wit opnemen, maar ook daarvoor heeft men
een oplossing bedacht.
Het aantal pixels of megapixels noemen heeft te maken met de resolutie,
of oplossend vermogen. Dit voorbeeld laat zien wat resolutie is:
| A | B | C |
Het gevoelige scherm van de vidicon camera is verdeeld in 800 lijnen van 800 beeldpuntjes. Je kunt ook zeggen: 800 bij 800 sensoren die elk donker, licht en alle grijstinten er tussenin kunnen waarnemen.
A Als we een heel eenvoudige camera nemen, van 5 lijnen
met elk 5 beeldpuntjes, dan "ziet" elke sensor een gemiddelde tint. De
zon vult bijna het hele veld van een sensor, dus de waarde wordt wit. De zeehond
vult bijna het hele veld van een andere sensor, dus dat vakje wordt zwart.
Het
resultaat is te zien in afbeelding B. Als we ervan uitgaan dat de zeehond 2
meter lang is, is de resolutie dus ongeveer 1 meter. Je kunt ook zeggen dat het
kleinste voorwerp dat je op deze opname kunt zien, 1 meter is. (Het schip ligt
verder weg, dus daar is de resolutie weer anders...)
Afbeelding C laat zien hoe de opname wordt als er 20 rijen van elk 20 sensoren gebruikt worden. Je zou dit een 400 pixel camera kunnen noemen. De vorm van het schip is nu al te herkennen. Ze zon ziet er nog wat vreemd uit. Als we weer naar de zeehond kijken, is de resolutie nu ongeveer 25 cm. Dat wil nog niet zeggen dat je bij die resolutie een zeehond kunt herkennen.
Hoe werkt de vidicon?
In
de vidicon wordt gebruik gemaakt van een stof die in het donker een isolator
is, maar die een beetje geleidend wordt als er licht op valt. Hoe sterker dat
licht, hoe beter deze geleiding. Dit materiaal heet een fotogeleider.
Die fotogeleider zit in de vidicon op een glazen drager. Meestal is die glazen
drager de buitenkant van de vidicon buis zelf, om te voorkomen dat de
elektronenbuis vol met lucht loopt, want een elektronenbuis is altijd vacuüm
gezogen. Anders botsen ze met luchtdeeltjes en werkt het niet.
Laag G is een geleidende laag (die elektronen of "stroom" doorlaat). Laag F is de fotogeleidende laag. Laag G is op een positieve spanning (de "plus" ) aangesloten. Hierdoor wil dit laagje de negatief geladen elektronen die in de laag F aanwezig zijn naar zich toe trekken. Dit lukt alleen daar waar de laag geleidend is, dus daar waar er licht op valt.
Het beeld dat door de lens op de
signaalplaat wordt geprojecteerd bestaat uit verschillende lichtsterkten. De
laag F is verdeeld in heel kleine stukjes (niet de 800 x 800 pixels of
beeldsensoren, maar nog kleiner). Het zijn als het ware allemaal heel kleine
"eilandjes". Die zijn neutraal, dus niet negatief en niet
positief geladen. Waar het beeld zwart is houden de eilandjes hun elektronen.
Waar licht aanwezig is, raken de eilandjes heel snel hun elektronen kwijt aan
laag G.
Zo ontstaat er aan de binnenkant van laag F een elektrische afbeelding van het
optische beeld. Veel elektronen waar het donker is, en weinig elektronen waar
het licht is. Als je nu lang genoeg wacht zijn ook alle elektronen van de
donkere gedeelten van het beeld verdwenen, maar zo ver laat men het niet komen!
Het beeld moet snel "uitgelezen" worden.
Hiernaast
is een vidicon in de opstelling als fotocamera afgebeeld.
De lens werpt het beeld op de signaalplaat en de sluiter zorgt er voor dat er
een bepaalde hoeveelheid licht op de signaalplaat terecht komt. Net als in een
fotocamera. Het onderdeel Wehnelt cylinder is het elektronen
"kanon" van de camera. Die stuurt een fijne elektronenstraal naar de
signaalplaat. Die plaat is rond, net als de vidicon zelf. Er wordt echter maar
een klein vierkant gedeelte van die plaat gebruikt. Lijn voor lijn tast de
elektronenstraal de signaalplaat af. Maar de straal raakt de plaat net niet.
Elektronenstralen laten zich door magnetisme afbuigen en daarvoor zijn de
afbuigspoelen. Twee voor de horizontale afbuiging en twee voor de verticale.
In de buis bevinden zich verder ringvormige elektroden die een elektrisch veld veroorzaken. De elektronen van de snel worden eerst versneld en vervolgens vertraagd. Vlak voor de signaalplaat komen ze tot stilstand. Ze komen terug en belanden tenslotte op de opvangelektrode, of collector. De signaalplaat wordt dus nèt niet door de elektronen getroffen.
Het elektronenkanon (dat verhit wordt door een gloeidraad) stuurt een constante stroom elektronen uit. Normaal zou de collectorstroom dan ook constant zijn. Maar de straal wordt afgebogen. Snel van links naar rechts en langzaam van boven naar beneden, net zoals je een boek leest. Omdat het geen televisiecamera is, wordt de ruimtevaart vidicon veel langzamer uitgelezen.
Als het omkeerpunt van de
elektronenstraal nu bij een elementje komt met een elektronentekort, dus met een
positieve lading, zal deze uit de straal elektronen aantrekken en opnemen.
Immers, positieve ladingen trekken negatieve aan.
Er worden zoveel elektronen opgenomen dat de aantrekkingskracht verdwijnt, dus
tot het eilandje weer neutraal is. De normale toestand is dan weer hersteld.
De collector zal hierdoor minder elektronen dan eerst ontvangen en net zoveel
minder als het elektronentekort van het eilandje bedroeg.. Uit de
collectorstroom kan men dus het tekort aflezen.
Sterk
belichte eilandjes nemen veel elektronen op en weinig belichte eilandjes minder.
Die collectorstroom wordt in de apparatuur versterkt en omgezet in wisselende
spanningen, waar later een beeld van gemaakt kan worden op een scherm of in
speciale fotoapparatuur.
En het is natuurlijk onnodig om te zeggen dat als de eilandjes op de signaalplaat zijn uitgelezen, het beeld vernietigd is.
Links staat een NASA tekening van een vidicon. De sluiter is weggelaten.
Kleur en resolutie
De lichtgevoelige vidicon kan
alleen maar opnamen maken in zwartwit. Om kleuren opnamen te maken gebruikt men
een
oude truc.
Men maakt drie opnamen. Een door een rood filterglas, een door een groen filter
en een door een blauw filter. Omdat het ruimtevaartuig natuurlijk beweegt zijn
die drie opnamen niet precies hetzelfde, maar dat probleem lost men later op
Aarde wel weer op. Hiernaast is te zien hoe drie aparte opnamen in rood, groen
en blauw op de plaats waar ze elkaar overlappen, weer een kleurenfoto opleveren.
Die technieken worden besproken bij de afzonderlijke ruimtevaartuigen.
Hieronder staat een voorbeeld van
hoe zo'n opname plaatsvindt met een alledaags voorbeeld, een fotocamera. Je zou
het zelf kunnen doen.
De camera (met zwartwit film) maakt drie opnamen door een rood, groen en blauw
filter. Dat levert drie zwartwit foto's op die er allemaal anders uitzien, want
de foto die gemaakt is door het rode filter geeft de informatie over het rode
gedeelte van het landschap en zo leveren het groene en het blauwe filter ook een
kleuruittreksel van het origineel.
Als je nu met een camera die geladen is met kleuren film de zwartwit foto met
het rode deel van de opname fotografeert door een roodfilter en het zelfde doet
met de andere twee foto's door een groen en blauw filter, en je maakt al de
drie foto's op dezelfde kleurendia, dan zul je merken dat er weer een
kleurenfoto is ontstaan. Niet zo mooi als in het voorbeeld, want de foto kan er
wat flauwer uitzien en bovendien zul je een donkere kleur als blauw iets meer
moeten belichten. Maar een leuk experiment is het wel.

Het probleem van de resolutie lost men op door gebruik te maken van een telelens. Omdat die vaak een lange brandpuntsafstand hebben en het lichtgevoelige gedeelte van de vidicon maar heel klein is, krijgt men het effect van een telescoop, of sterrenkijker. Die ziet maar een heel klein gedeelte, maar wel duidelijk. Hoe krijg je daarmee nu een overzichtsfoto?

Wel, door de aparte foto's aan elkaar te voegen, zoals hierboven te zien is. Dit is nog een ruwe foto, met lichte kantjes, maar geeft een goed idee hoe al die foto's een mooi mozaïek opleveren met (in dit geval) een flink gedeelte van de planeet Mars.
Vroeger werd de airbrush gebruikt om de overgangen tussen de afzonderlijke foto's weg te werken.
Hans Walrecht
bron o.a. "Wij en de elektronica" van Philips.